zondag 18 mei 2014

"Oorlog en terpentijn" van Stefan Hertmans

Geert begon de avond met een tekstfragment van Judith Schalansky uit ”De atlas van afgelegen eilanden”. Deze auteur delft merkwaardige mythes, anekdotes en verhalen op over desolate eilanden.  E n toont de dunne grens tussen paradijs en hel.  Iedereen kon dit smaken.
En dan was het de beurt aan “Oorlog en terpentijn” van Stefan Hermans.  Is daarover al niet alles gezegd en geschreven?  Misschien, maar ons leesgenootschap wil toch ook zijn zegje doen over dit succesvolle, Vlaamse boek.
Bij het schrijven van deze “pakkende”, fijn geslepen oorlogsroman baseerde deze auteur zich op de memoires van zijn Gentse grootvader, soldaat en zondagsschilder Urbain Martien, zoals hij die in 2 keurige schriftjes aantrof.  Dat maakte hem tot huizenhoog favoriet voor de Gouden Boekenuil, zeker omdat het boek zich op het kruispunt van fictie en non-fictie beweegt.  Helaas, hij heeft er naast gegrepen. Ook de Librisprijs ging aan dit boek voorbij.
Maar wat vonden onze lezers ervan?  Sloten zij zich aan bij de vele enthousiaste reacties over dit boek of waren er ook punten van kritiek? De algemene teneur was dat iedereen dit boek graag had gelezen. Maar er waren toch ook enkele bedenkingen.  Chris had dit graag gelezen, terwijl Geert alleen het tweede deel goed bevond.  Ludo had zich ook goed  gevoeld bij dit boek, wist vooral het eerste deel te smaken, maar nam toch wat afstand tegenover de “hype” rondom dit boek.  Jo, onze laatste “aanwinst”, vond dit een goed boek.  Ina daarentegen had het boek niet helemaal uitgelezen, maar de vergankelijkheid (vooral in het eerste deel) vond ze heel mooi.  Ciska had het boek zeer graag gelezen en vond het filmisch beschreven.  En voor Reinoud overtrof het alle verwachtingen.  Het fantasierijke was belangrijk.  Hij vond de roman vooral universeel. Algemeen sloot de mening over dit boek aan zoals het in de recensies in allerlei media werd beoordeeld. Anderzijds blijft de manier waarop Hertmans nu precies met de dagboekjes van zijn grootvader uitpakt, vragen oproepen. Een discussie tussen leesgroepleden die meestappen in Hertmans verhaal en leden voor wie wat meer kritische distantie aangewezen lijkt.
Hoe vertaalde zich dit in de “punten” ?  Als we alles bij mekaar telden kwamen we uit op een score van 8,1, net niet het beste boek dat we tot nu toe gelezen hebben.  Een troost, nu de grote literaire prijzen werden gemist?

donderdag 8 mei 2014

'De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween' van Jonas Jonasson

Eindelijk eens wat humor op de plank ! Christine had ons al doen watertanden met de enthousiaste reacties van haar vrienden die het boek gelezen hadden of aan het lezen waren. Maar meer nog kwam het water ons in de mond met een overvloed aan vele soorten Zweedse smörebrödjes die zij ons serveerde. Zeer toepasselijk want we mochten ons onderdompelen in zowaar Skandinavische humor (het moeten niet altijd loodzware Milleniums, detectives of politieke drama's uit het noorden zijn). Het werd dan ook een luchtige avond die eindigde met goed gevulde buiken.

Vooraf vergastte Geert ons op een interview in Humo waarin Lieve Blancquaert haar lievelingsboeken toelichtte en wat bleek: ze had identiek dezelfde smaak als onze leesgroep want ook dit boek was ze net aan het lezen en daarvoor had ze ook al De Vlucht en Godenslaap en De Vliegeraar verorberd. Lieve is eigenlijk niet meer dan een virtueel lid van de leesgroep.
Christine vulde aan dat Bernard Dewulf het in een artikel over Gloed had, nog een boek dat onze leesgroep ter hand genomen heeft. En Reinoud kwam voor de intro van de avond zowaar met een column af van ... jawel Bernard Dewulf: een grappige en toch bezinnende tekst over hoe een mens de tijd probeert te vatten in een klein boekje dat elk jaar opnieuw hernieuwd wordt. Een aaneenschakeling van toevalligheden tot nu toe ...
        

Dat was nu net de teneur in het te bespreken boek: de hele wereldgeschiedenis lijkt wel een aaneenschakeling van toevalligheden waar het hoofdpersonage steeds weer een hand leek te hebben in de belangrijkste episodes uit een turbulente 20ste eeuw. De reacties waren meestal wat gelijklopend bij de meeste leesgenoten: vlot leesbare, fantasierijke en koldereske roman met een hoog Forrest Gump of gebroeders Coën gehalte. Althans toch de eerste helft want geleidelijk aan begon de auteur steeds meer in herhaling te vallen met de stijltrucjes en herhaalbare grapjes. De opeenvolgende ontmoetingen met sleutelfiguren uit de wereldgeschiedenis schepte telkens even nieuwe verwachtingen naast een lesje geschiedenis. Alhoewel, het is meer een parodie op de grote ideologieën van de 20ste eeuw.

Over humor kan eeuwig gediscussieerd worden natuurlijk  nog meer dan over smaken en kleuren. De één vond bepaalde passages hilarisch de andere kon er maar matig mee lachen, nog een ander kon de onwaarschijnlijke absurde situatiehumor of slapstick wel smaken. Nog iemand anders vond het dan weer leuk relativerend. De fantasie is wat eendimensionaal en zichzelf herhalend.

Ook wat personages betreft raakt het boek je niet echt: sympathieke mensen dat wel, maar weinig uitgewerkte karakters, nogal vlakjes, het zijn allemaal mislukkelingen eigenlijk, een bende losers. Ze veroorzaakten bij niemand grote emotionele betrokkenheid. Conclusie: geen meesterwerk maar wel leuk om te lezen wat zich vertaalt in een score van 66.

En op het einde van de avond mochten we zowaar ook nog ons nieuwe leesgenoot verwelkomen ! Jo Libbrecht vervoegt vanaf heden ons gezelschap en hij bleek zich snel op zijn gemak te voelen getuige zijn regelmatige tussenkomsten en reacties. Welkom Jo !

Reinoud

zondag 2 februari 2014

"De vlucht" van Jesus Carrasco



Op 29 november 2013 kwam ons leesgezelschap bij Ina samen voor de bespreking van het eerste boek van Jesus Carrasco : “De Vlucht”. Een historische bijeeenkomst, bleek al vlug, want de de suggestie om het gezelschap uit te breiden met een achtste lid werd warm onthaald. Dit na een discussie gevoerd met de noodzakelijke (gespeelde) zwaarwichtigheid. Welkom Jo! 

Over naar het echte werk, teksten en boeken. Christine was aan de beurt voor "het fragment". Ze las uit “Kleine dagen” van Bernard Dewulf, een tekst over de eerste leeservaring van zijn zoontje in een niet-stripboek. Wat  moet een leesgroep meer hebben? Bovendien bleek dat het leesgezelschap wel meer Dewulf-fans telt. En meteen was ook de stap naar het boek van de avond gezet, Carrasco's "De vlucht" uit 2013.

De eerste opmerking betrof de mooie en aantrekkelijke kaft van het boek: een geitenkopje,  verkoopstrategisch belangrijk, maar misschien ook symbolisch voor de inhoud. Het boek vertelt immers de geschiedenis van een jongen die zijn huis ontvlucht om een reden die later duidelijk wordt in het verhaal (sexueel misbruik), en terechtkomt bij een stokoude herder die hem leert overleven in een ontvolkt en uitgedroogd gebied in centraal Spanje.  Een verhaal van honger en dorst, droogte, scheefgegroeide machtsverhoudingen en uitbuiting, buitensporig geweld, maar anderzijds ook van tederheid en liefde, goed versus kwaad  .

Het verhaal is universeel, leest als een parabel over goed en kwaad en  het geweten in het algemeen, en heeft zeker iets religieus.  Het vergt niet zo veel moeite om in de herder Christus te zien,  symbool van het goede en het diepmenselijke en begrijpende. De herder gebruikt bijna de woorden van Jezus en in zijn omgang met de jongen komt via zijn non-verbale communicatie een onmetelijk begrijpen en tederheid naar boven.  Het feit dat noch  de herder noch  de jongen een naam krijgen in het boek beklemtoont de universaliteit van het verhaal.  De vlucht door de droge, dorre gebieden is als de tocht door de Sinaïwoestijn; de geit staat symbool voor het zachte en de mogelijkheid tot overleven  in een op alle vlakken desastreuze en gewelddadige omgeving.  Sommige paragrafen doen zelfs denken aan psalmen .

De verhouding tussen de herder en de jongen is er een van meester – leerling,  hoe de herder zonder woorden onderricht geeft en de jongen leert overleven als geitenhoeder. Door de mateloze liefde en goedheid van de herder groeit ondertussen tussen beiden, herder en jongen, een soort tederheid en vertrouwen (voor de jongen iets onbekends gezien zijn voorgeschiedenis van misbruik). Dit alles geeft de jongen, naast steun voor het loutere materiële overleven, ook een fundamentele basis voor zijn verdere leven.

Wat zeer opvallend is aan het boek is het zeer sterk zintuigelijke aspect:  al onze zintuigen worden aangesproken en hoe!  Je ruikt de stank van de herder, je voelt de zon op je lichaam branden, je hoort de stilte van de verlaten vlaktes, je ziet werkelijk de angst in de ogen van de jongen.  De vele herhalingen, net bezweringen, versterken dit effect. Veel suggesties en vergelijkingen volgen elkaar op, soms overdreven veel en onbegrijpbaar , maar deze stijlvormen maken de sfeerschepping soms bijzonder beklijvend.

Wat vond ons leesgezelschap er nu van?   Iedereen vond het een mooi boekje: poëtisch (Geert),  verhaal over overleven, universeel en zeer zintuigelijk. Vooral Ina en Christine liepen hoog op met dit pareltje. Een echt geschenkboekje, zei Christine, dat recht naar het hart gaat en beklijft.  Enkel Ciska had reserves: de vaagheid, het traag op gang komen, en de overdreven beschrijvingen en niet te begrijpen vergelijkingen. Dit alles vertaalde zich in de punten:  Chris  8, Ina 9 , Ludo 8, Ciska 4.5, Reinoud 9 , Geert 8 , Christine 9  ,  dus  globaal een 8.                  

woensdag 1 januari 2014

'Vele hemels boven de zevende' van Griet Op De Beeck


10 oktober 2013 stond in onze agenda. We zijn bij Chris die ons een tijd geleden voorstelde om Vele hemels boven de zevende van Griet Op De Beeck te lezen. Als inleiding presenteer ik, geïnspireerd door een recent bezoek aan Straatsburg en aan het museum van illustrator Tom Ungerer dat daar staat, het ‘oude’ (1958) kinderboekje ‘Crictor’ van zijn hand. Het verhaal over een oude dame die een slimme en charmante slang kado krijgt van haar zoon uit Afrika, is een geslaagd voorbeeld van het ingaan tegen clichés (want wie kent er nu een sympathieke en betrouwbare slang?).

Maar over naar Vele hemels dan. In elf hoofdstukken schetst Griet Op De Beeck vijf mensen. Geen van hen is ‘gelukkig’ te noemen. Er is Eva, zesendertig, altijd aan het moederen, maar heel alleen. Er is Lou, haar nichtje, een onzeker pubermeisje, zij wordt bemoederd door Eva. Er is Elsie, de knappe zus van Eva die verliefd is op kunstenaar Casper. Er is Casper, die smacht naar Elsie. Beide hebben een niet al te gelukkig huwelijk met een andere partner. Het oudste personage is Jos, de vader van Eva en Elsie, die een alcohol-probleem heeft en een geheim met zich mee draagt. Afwisselend brengen de verschillende personages hun kant van het (hun) verhaal, het boek eindigt met de zelfdoding van Eva.

Het boek van Griet Op De Beeck, haar debuut, is vaak de (zevende) hemel in geprezen. Het echte, het menselijke en ook het Vlaamse taalgebruik worden daarbij vaak genoemd als troeven. Voor zij haar eerste roman schreef, was ze al bekend van colums in De Morgen. In onze leesgroep zijn de meningen over haar debuut verdeeld. De reacties gaan van lauw tot heel enthousiast.
Geert behoort tot de eerste groep. Hij kon zich niet identificeren met de personages en vroeg zich af of het af en toe de bedoeling was om te choqueren.  Ook Reinoud is niet danig enthousiast, hij ziet het verhaal als een zedenschets, een beeld van hoe mensen in deze tijd met elkaar omgaan. Af en toe neigt het in zijn ogen een beetje naar het sentimentele. Gastheer Chris - nochtans fan van de colums van Op De Beeck - is evenmin echt overtuigd. Hij vindt de kracht van die colums (het scheppen van een hele wereld van gevoel in enkele zinnen) niet terug in dit boek. Bovendien verbaast hij zich over de kronkels en uitspraken van het pubermeisje Lou (is dat echt een 12-jarige)? Ook ikzelf sluit me aan bij dit gezelschap van niet écht overtuigden. De taal  van de auteur is sowieso niet echt mijn ding, en de types komen in mijn ogen soms nogal stereotiep over.
Ludo was daarentegen aangenaam verrast door dit voorstel van Chris. Hij ziet  ‘Vele hemels’ als een subtiel, menselijk boek over de grote gevoelens, het zoeken naar geluk en het maken van keuzes.  Christine sluit zich hierbij aan, en prijst de vlotte schrijfstijl en de mooie schets van de zoekende mens in onze tijd. Ook Ciska prijst het beschrijven van ‘gewone’ mensen in hun dagdagelijks bestaan, wars van enige heldhaftigheid. Ze maakt dan ook de vergelijking met  ‘Sprakeloos’ van Lannoye dat we een tijd gelezen hebben.
Geen eensgezindheid dus voor wat betreft de kwaliteiten van dit boek, wel een gemeenschappelijke vraag die we niet met absolute zekerheid kunnen beantwoorden: in hoeverre is dit verhaal autobiografisch?

De avond eindigt met de verdeling van de punten: een 6 van Reinoud en Chris, een 6,5 van Geert, een 7 van Ina, een 8 van Ludo, Ciska en Christine.  Dit leidt tot een gemiddelde van 7,5 op 10.

Ina

dinsdag 3 december 2013

'De laatste troef' van Anna Proulx


Begin juli werden we hartelijk ontvangen door Ciska. Vakantie doorwasemde de leesgroep en vooraleer we ons wierpen op ‘De laatste troef’, fantaseerden voornamelijk de vrouwen of we ons ooit zouden buigen over ’50 tinten grijs’, stationsromannetjes of andere ‘ontspanningslectuur’. Christine probeerde het nog luchtiger te maken door ons een boek aan te raden met als titel: ‘De man van honderd die uit het raam klom en verdween’. Deze sterke roman van de Zweedse auteur Jonas Jonasson is naar verluid erg humoristisch.

Iets minder te lachen viel er in ‘De Laatste Troef’, een roman van de Amerikaanse schrijfster Annie Proulx, bekend van ondermeer de succesvol verfilmde romans ‘The Shipping News’ (‘Scheepsberichten’) en ‘Brokeback Mountain’ (‘Twee Cowboys’).

Een jonge locatieverkenner voor varkensfokkerijen wordt er in de panhandles (een soort steelpanachtig uitsteeksel van een Amerikaanse staat) van Texas en Oklahoma op uit gestuurd. Omdat de lokale bevolking niet zit te wachten op nog meer varkensboerderijen, geeft hij zich uit voor een assistent van een makelaar die op zoek is naar land voor de bouw van villa’s voor gepensioneerden. De wat naïeve jongeman maakt er kennis met de eeuwig uitgestrekte prairie en vooral met heel wat kleurrijke figuren. Zijn opdracht noopt hem tot eindeloos geduld en geeft hem stof tot nadenken, ook over zijn eigen turbulente verleden.

Ciska, die ons het boek voorstelde en heel graag verhalen leest die zich in Amerika afspelen, had in eerdere boeken van Annie Proulx telkens erg gehouden van de sfeerschepping. Dit was nu niet anders, de schrijfster verliest haar grote verhaal steeds opnieuw in allerlei zijwegen en dit leek Ciska niet te deren.
Ook Ina is een liefhebster van de Amerikaanse cultuur en de sfeer van het boek had haar erg aangesproken. Vooral de erin beschreven eetcultuur trok haar erg aan en zo kon ze ons tegelijk een boek onder de aandacht brengen van Jamie Oliver: ‘Jamie’s America’.
Reinold had tevens erg genoten van een Amerikaanse sfeer die met veel sympathie wordt geschetst, los van ironie en helemaal niet uitlacherig. Eventjes had hij gedacht: “Die is hier gewoon al haar research aan het verwerken.” Geleidelijk aan werd hij meegesleept met het evoluerende hoofdpersonage en de spanningsboog traditie versus vooruitgang.
Geert vond dan weer dat de weliswaar goede sfeerschepping echt wel te ver uitdeinde, dat het eenvoudigweg overdreven was: “Een ganse pagina met een routebeschrijving, wat hebben we daaraan, waar zit het verhaal?” Ina hielp hem zijn uiteindelijk gevoel samen te vatten: gematigd niet-enthousiast.
Christine is dan weer een enthousiaste lezer … zij herbegon driemaal. Desondanks had ze het niet graag gelezen, het interesseerde haar simpelweg niet. Toch een lichtpuntje: hoe het er soms aan toe gaat in de conservatieve midwest vond ze mooi geschetst.
Ludo had het wel graag gelezen, deze eindeloze zedenschets als een kletstante die maar blijft vertellen. Het creëren van een sfeer staat centraal. Het feelgood-einde hoefde voor hem niet en het hoofdpersonage vond hij ook al niets: geen ontwikkeling, je kunt je er je hand niet opleggen.
Chris daarentegen was enigszins gecharmeerd door het in zijn ogen tragikomisch hoofdpersonage (zijn naam alleen al: Bob Dollar). Maar voor de rest volgde hij Christine: hij had zich door het boek moeten sleuren, zijn interesse was zelden gewekt.

Zoals zo vaak verliep onze gedachtewisseling met veel animo. Zo was een belangrijk punt van onenigheid de mate waarin we het boek al of niet als oppervlakkig kunnen omschrijven. En levert het omschrijven van een in onze ogen soms als oppervlakkig gepercipieerde Amerikaanse cultuur daarom automatisch een banaal boek op? Verhindert de wijd uitdijende sfeerschepping de diepgang? Staat de opeenvolging van anekdotes die nergens naar toe lijken te gaan of nergens later worden opgepikt het plezier van het lezen in de weg? Ook het einde van het boek zorgde voor discussie: terwijl Ludo het echt wel te moraliserend vond, zag Chris er een soort ecologische les in die niet stoorde, terwijl Ina ons ecologisch concept zelf ter discussie stelde.

Het was dus weer eens boeiend, de meningen waren weer eens verdeeld, en we genoten van een drankje en hapje en waren misschien onbewust opgetogen dat geen van ons naast een varkensboer woont. De punten: Ciska: 7,5/ Ina: 7,5/ Ludo: 7,5/ Reinold: 7,5/ Christine: 5/ Chris: 5 en Geert: 6. Dat levert een gemiddelde beoordeling op van 6,6/10.

'De ringen van Saturnus' van W.G. (Max) Sebald



Voor ons 41ste boek alweer spreken we op 20 mei af bij Ludo.
De traditie wil dat er eerst een tekstje wordt voorgelezen. Ciska kiest voor een artikel uit Flow, waarin een aantal gerenommeerde auteurs de liefde voor schrijven met een potlood uiten. Voor wie zich daar volledig in kan vinden: je kan je stompe potloden opsturen naar een man in New York die ze voor jou handmatig slijpt.

Enfin: tijd om van wal te steken. Het boek dat ons werd voorgeschoteld was niet meteen een schot in de roos. Drie van ons (Geert, Ina en Ciska) bekennen dat ze het zelfs niet uitgelezen hebben. Reinoud en Chris konden er wel wat in vinden, Ludo en Christine hadden het graag gelezen. Voilà, dit leverde meteen voer voor discussies op!

In 'De ringen van Saturnus' gaat Sebald (+ 2001), een Duitse hoogleraar die doceerde in Norwich, op wandel door Suffolk. In deze regio valt er eigenlijk weinig te beleven: er is geen industrie en de vis is bijna op. Van het stadje Dunwich, dat tijdens de middeleeuwen op Londen na de grootste Europese stad was, blijven vandaag alleen enkele huizen over. De rest verdween, samen met de afkalvende rotsen, in de ruwe Noordzee. Tijdens zijn tocht ontmoet Sebald heel wat excentrieke Engelsen, sommigen lopen ook een eindje met hem mee. De mensen zijn echter niet het belangrijkste in dit boek. De hoofdrol is weggelegd voor de vergane glorie van  de stadjes, badplaatsen, bruggen en andere bouwwerken.
Blijkbaar heeft Sebald wel erg veel kronkels in zijn hersenpan, zoveel dat hij soms niet te volgen is. Dat is meteen een groot punt van kritiek. Het boek leest niet zo vlot, je moet er je gedachten bijhouden. Sebald wentelt zich ook in somberheid én schept graag op met zijn geleerdheid. Niet meteen een nachtkastjesboek dus. Er wordt ook gretig gestrooid met vele (onvertaalde!) Franse zinnen wat het boek onnodig moeilijk en soms zelfs wat elitair maakt.
Anderzijds kunnen de fans zich laven aan de vele mooie beschrijvingen van het landschap. Ook de gedachten die opkomen als er gewandeld wordt, leveren enthousiasme op. Dit boek moet het vooral hebben van de sfeer en als je je daarin kan nestelen, blijkt het wel mee te vallen.

zondag 3 november 2013

'Alsof het voorbij is' van Julian Barnes

Alsof het voorbij is ... Al een heel tijdje voorbij, de samenkomst waarbij de leeservaringen van Julian Barnes jongste boek werden gedeeld. Schrijver dezes laat de voorraadkast excuses onaangeroerd en bekent schuld: te vaak kregen andere werkzaamheden voorrang op het bijhouden van de leesgezelschapsblog. Maar goed, nu is het echt zover.

Barnes' dun boekje werd in brede kringen bijzonder goed onthaald en omschreven als het testament van een door het leven gelouterd wijs man. Dit kon dus niet misgaan, die 22ste maart ten huize van Geert, al is het steeds uitkijken naar de eigenzinnige meningen van de leesgezelschapsleden. Maar vooraf en zoals steeds: het voorleesmoment. Ludo diepte een recent krantenkartikel op, van de jonge DS-journaliste Sarah Van Kersschaever, waarin ze subtiel en bijzonder beeldrijk haar relatie met haar grootvader beschrijft, een boer op rust. Enig mooi hoe Sarah in enkele zinnen de ziel van haar grootvader doorgrondt. Het ironisch sausje maakte dit korte artikel tot een klein meesterwerkje, vond Ludo. Uiteraard hoeft niet iedereen het daar mee eens te zijn, en dat geldt evenzeer voor de hoofdschotel van de avond, het boek van Julian Barnes.

Voor Ciska was het een tweede lezing, nu iets minder enthousiast dan de eerste kennismaking, maar gecharmeerd door het bouwen aan een groot verhaal vanuit een klein gegeven, verder ook het thema tijd en geschiedenis, en de karakteristieke ironie en spot. Dit laatste viel Reinoud ook wel mee, de zo karakteristieke zelfrelativerende toon van de "Engelsman". Maar verder toch wat op zijn honger, een vlot begin maar ontgoochelend naar het einde, waarbij het uiteindelijk niet duidelijk is wat Barnes hier wil vertellen. Een zelfde gevoel bij Ina. Ze vond dat het boek de hoge verwachtingen niet echt inloste. Weliswaar een bijzonder vlotte pen en  een boek dat leest als een trein, maar al bij al onduidelijk waar de auteur met zijn verhaal naartoe wil. Christine vreesde in een diep filosofisch verhaal terecht te komen, maar het viel al bij al mee, en vond het best intrigerend hoe een "brave" oude man terugkijkt op zijn leven. Ludo vond eveneens dit boek wat over het paard getild, maar waardeerde hoe Barnes vanuit een persoonlijk verhaal bijzonder scherp de relativiteit van de werkelijkheid in het licht stelt. Geen slecht boek, maar niet enthousiast, stelde Chris, nadat hij het boek voor de helft een tweede maal had gelezen. Een zekere melancholische sfeer en de spanning die in het tweede gedeelte  in het boek wordt binnengeloodst, wist hij wel naar waarde te schatten. Ook Geert had het boek al eerder gelezen, en nu opnieuw. Het blijft een moeilijk boek, met veel vragen die open blijven. De ironische toon en de schitterende manier waarop de jeugdjaren werden beschreven, konden Geert het meest bekoren.

En verder, ja verder zette dit boek alle deuren open om door te gaan op het "leven", de grootse plannen die veelal uitlopen op een grijs bestaan, op de wijze waarop gebeurtenissen door verschillende mensen en in verschillende tijden helemaal anders worden gepercipieerd. Vooral viel het op dat, ondanks verschillende accenten, de algemene waardering van Barnes boek heel dicht bij elkaar lag en dat iedereen wat afstand nam van de manier waarop het boek de voorbije maanden in uiteenlopende media de hemel was ingeprezen. De grote eensgezindheid vertaalde zich ook in de punten: Ciska 8, Ina 7, Reinoud 6,5, Christine 7,5, Chris 7, Ludo 7, en Geert 7,5., wat 72,1 oplevert. ,   

woensdag 9 oktober 2013

daguitstap naar Saint-Omer op 5 oktober 2013












van links naar rechts: Marleen, Chris, Ina, Reinoud, Christine, Linda en Geert.


beste leesgenoten,

Langs deze weg wensen wij onze leesbroeder Chris nogmaals van harte te bedanken voor de organisatie en voorbereiding en vooral zijn nimmer aflatende sympathieke begeleiding van onze uitstap naar Saint-Omer zaterdag 5 oktober ll. Het was een heerlijke dag niet alleen door het weer dat langsom meer zonniger werd maar vooral door de leuke en ongedwongen wandeling in de 'marais'. Ook de korte stadswandeling in Saint-Omer, het terrasje in de vooravond en het heerlijke diner in de supergezellige 'Drie Kalders' waren een voltreffer. De twee gasten van de dag Linda en Marleen, die de verhinderde leesgenoten Ludo en Ciska waardig vervangen hebben, kunnen dit alleen maar beamen.  Merci Chris ! Als aandenken nog enkele foto's.